Hoe oud is een Jonge Humanist? – Een oproep tot leeftijds-individualisme

Enkele weken geleden nam ik deel aan de European Humanist Youth Days. Het weekend werd georganiseerd door de overkoepelende organisatie van Europese humanistische jongerenorganisaties, en op het evenement waren zo’n 150 mensen uit 15 verschillende landen aanwezig. Ik vond het een onvergetelijke ervaring (een inkorte versie van mijn impressies van het weekend vind je op de site van Jong HV). Hoewel de groep uit heel verschillende mensen bestond, met bovendien een diverse afkomst, was er direct sprake van een heel sterke cohesie. Van meet af aan was duidelijk dat de aanwezigen dezelfde waarden deelden, en belangrijk: voor die waarden wilden uitkomen. Dat sommigen in hun thuisland op dit punt vaak zeer beperkt bijval krijgen, maakte het enthousiame en de herkenning des te groter. En dat uitte zich niet alleen in vele, urenlange gesprekken op allelei locaties in het prachtige Brussel, maar ook in de familiaire en speelse omgang die er heerste. Het ging hier inderdaad om een groep jongeren met een grote interesse voor filosofie en humanisme die allemaal verzot zijn op goede gesprekken. Maar het betrof bovenal een groep jongeren.

De omgang tussen jonge mensen lijkt zich op een aantal punten te onderscheiden van dat van mensen die een decennium of wat ouder zijn. Ik heb vaak geprobeerd de vinger te leggen op wat het grootste verschil nu precies is, en ik denk dat dat het dichtste in de buurt komt bij de mate waarin de leden van de groep zich bepaalde vrijheden permitteren. En met vrijheden bedoel ik niet de vrijheid om je in de groep wat uitbundiger te kunnen gedragen. Ik bedoel dan juist de vrijheid om je ook buiten deze groep redelijk vrij -vrij van conventies, vrij van overmatige structuren, vrij van grote verantwoordelijkheden- te kunnen uiten. Ik denk dat dát gegeven het grote verschil bepaalt tussen de omgang van mensen van verschillende leeftijden.

Jonge mensen zullen vanwege de bovengenoemde vrijheden in staat zijn explicieter bepaalde gedragingen te omarmen of af te wijzen (omdat ze zich niet begeven in een omgeving die het van ze vraagt zich burgelijke conventies eigen te maken), ze zullen meer in staat zijn ad-hoc sociale activiteiten te plannen, te wijzigen of te verlengen (omdat er buiten school of werk weinig zaken om strakke structuren vragen) en ze kunnen gemakkelijker inspelen op plotselinge wijzigingen in interesses of voorkeuren (omdat ze weinig of geen verantwoordelijkheden naar andere dragen die dat zouden kunnen beletten).

Zelfs wanneer er niet actief gebruik wordt gemaakt van al deze vrijheden, dan nog weten veel jonge mensen wel dat ze er over kunnen beschikken, en dat maakt dat de uitgangssituatie tussen jongeren en ouderen volkomen verschillend. Het zorgt ervoor dat gesprekken met jonge mensen vaak een onbevangenheid hebben die ik bijzonder prettig vind.

Ik ben 37 en leid niet het leven volgens de structuren zoals veel mensen van mijn leeftijd dat doen, en dat is iets wat jonge mensen makkelijker lijken te accepteren dan leeftijdgenoten. Ik leef mijn leven zeer bewust, en alle grote keuzes zijn gebaseerd op zorgvuldige afwegingen. Maar omdat het zich niet kenmerkt door veel zaken die voor anderen klaarblijkelijk als een gegeven worden gezien voor een succesvolle levenswandel, word ik soms geconfronteerd met onbegrip of zelfs afkeuring bij leeftijdsgenoten. Ik heb niet de bekende piketpaaltjes geslagen wat mijn leven voor sommigen moeilijk “meetbaar” maakt.

Over mijn persoonlijke keuzes en welke gevolgen het afwijken van de normen die bij mijn leeftijd horen (op het gebied van carriere, relaties, kinderen, samenwonen, woonplaats, e.d.) kan hebben, geef ik een korte toelichting in het artikel ‘De meetbare leeftijd‘.

In een aantal opzichten lijkt de manier waarop jonge mensen in het leven staan meer op die van mij dan op die van mensen van mijn leeftijd. Dat maakt dan ook dat ik de sfeer die wat dat betreft heerst in groepen met veel jonge mensen vaak erg kan waarderen. Toch zijn er ook een aantal zaken waarbij het leeftijdsverschil wel zichtbaar wordt. Bijvoorbeeld in gesprekken over relaties, waarbij het moeilijk is om met een 25-jarige te praten over hoe het is om een relatie van 7 jaar achter de rug te hebben, en hoe die zich onderscheid van de huidige relatie die al evenzolang duurt. Bepaalde ervaringen heeft iemand op jonge leeftijd nog niet gehad, en hoewel dat geen beletsel hoeft te zijn om erover te theoretiseren, kan het soms fijn zijn met iemand te praten die bepaalde zaken wél herkent.

Kortom, het is zo dat ik de voorkeur geef aan jonge mensen voor wat betreft (grote delen) van de leefstijl, structuren (of de afwezigheid daarvan) en verantwoordelijkheden (of de afwezigheid daarvan), maar tegelijkertijd graag praat met mensen die wat ouder zijn, omdat die kunnen buigen op meer kennis en eventueel vergelijkbare ervaringen.

Het kost me moeite om deze mensen te vinden.

Het Humanistisch Verbond besteedt veel aandacht aan het stimuleren van mensen om hun leven zo rijk mogelijk, en naar eigen inzichten, te kunnen invullen. Daarbij wordt ook veel focus gelegd op “de kunst van het ouder worden“. Maar dit project richt zich met name op de laatste decennia van het leven, en gaat over zaken als omgaan met vergankelijkheid. Ik denk dat er ruimte is om binnen het humanistisch denken de kaders van het thema “leeftijd” wat verder op te rekken, en eens te kijken hoeveel effect de druk van leeftijdsverwachtigen heeft op de manier waarop iemand zijn leven wil leiden. Ik denk dat een te grote druk indruist tegen de persoonlijke vrijheid waar ieder mens recht op heeft. Daarmee is het een interessant thema voor het Humanistisch Verbond. Emancipatie van leeftijds-individualisme, zogezegd.

Het lijkt mij geweldig om in contact te komen met andere mensen die, zoals ik, hun leeftijd en de daarmee gepaard gaande voordelen omarmen, maar die zich niet geroepen voelen om aan alle externe verwachtigen die bij een bepaalde leeftijd horen (zie ‘De meetbare leeftijd‘) te voldoen.

De meetbare leeftijd

In het artikel ‘Hoe oud is een Jonge Humanist? – Een oproep voor leetijds-individualisme‘ pleit ik voor meer aandacht voor de individuele keuzes die mensen moeten kunnen maken, ongeacht de verwachtingen die bij hun leeftijd horen.

Mijn eigen leven wijkt op een aantal punten af van wat gangbaar is bij leeftijdgenoten. Hieronder enkele voorbeelden.

Carriere

Zo heb ik geen gedetailleerd carrierepad uitgestippeld. Ik heb in de gelukzalige omstandigheden verkeerd dat ik vrijwel altijd heb kunnen werken in sectoren die op dat moment mijn grote interesse hadden. Want hoewel ze allemaal met schrijfwerkzamheden te maken hadden, waren ze erg verschillend. Ik heb jarenlang als commercieel schrijver gewerkt voor Philips, en daarbij veel vakbeurzen kunnen bezoeken over de hele wereld. Toen mijn interesse verschoof richring media, heb ik een tijd voor de VARA gewerkt. Recentelijk werkte ik voor HUMAN, en hoop ik in de nabije toekomst werkzaamheden te kunnen verrichten voor een humanistische organisatie. Het niet hebben van (met name financiële) doelen maakte dat ik me nooit blindstaarde op uitgestippelde paden binnen een organisatie, of zelfs binnen een vakgebied. Financiëel heb ik niet bepaald een stijgende lijn afgelegd, maar heb daar nooit hinder van ondervonden.

Kinderen

Ik heb altijd al een grote belangstelling gehad voor pedagogiek, ontwikkelingspsychologie en onderwijs. Ik lees er graag over, en ik maak me hard voor bepaalde humanistische waarden die ik graag in het onderwijs zou willen terugzien. Bovendien vind ik het leuk om af en toe vrienden met kinderen te bezoeken, vooral om met die kinderen een praatje te maken. Maar ik moet er niet aan denken om zelf kinderen te hebben. Voor mij zou de aanslag die het hebben van kinderen doet op je tijd en op de mogelijkheden je leven te leiden zoals je dat zou willen te groot zijn. Niet alleen zou de intensiteit van het hebben van kinderen inhouden dat ik minder (of geen) tijd kan besteden aan zaken die ik interessant vind, het zou bovendien inhouden dat ik niet -zoals nu- altijd de vrijheid heb om mijn leven een andere wending te geven.

Samenwonen

Ik heb inmiddels 7 jaar een relatie met mijn huidige vriendin, en wij hebben besloten om niet samen te wonen. We hebben allebei een flatje in dezelfde stad, op 10 minuten bussen van elkaar. Het grootste deel van de avonden brengen we samen door, hetzij bij mij thuis, hetzij bij haar. Maar er zijn ook een aantal avonden waarbij we niet samen zijn. Ik breng graag avonden alleen door, omdat het me alle vrijheid geeft om tv-programma’s te kijken, muziek te luisteren of boeken te lezen. Maar bovenal vind ik het ook belangrijk om vrienden te kunnen ontvangen. Mijn voorkeur gaat daarbij vaak uit naar één-op-één contacten, omdat die gesprekken vaak tot diep in de nacht kunnen duren. Het is heerlijk om die afspraken te kunnen maken in je eigen huis, zonder dat je partner daar rekening mee hoeft te houden of er altijd bij zou moeten zijn. Ik denk dat we als bonus op deze manier interessantere mensen zijn voor elkaar. Immers: er zijn meer ervaringen (gesprekken, gelezen teksten, etc.) die je hebt kunnen opdoen waarover je met je partner kunt praten.

Relatie

Ik heb zoals gezegd 7 jaar een relatie met mijn vriendin, en heb daarvoor een evenzolange relatie gehad met het meisje dat nu mijn beste vriendin is. Wij hebben ervoor gekozen om (op dit moment) niet samen te wonen, omdat het ons allebei de ruimte geeft om ons ook individueel (of eventueel met andere mensen dan elkaar) te kunnen ontplooien. Daarnaast hebben we de opvatting dat er binnen onze relatie een bepaalde ruimte is om ook intieme en duurzame relaties met anderen aan te gaan. Het is iets wat ons veel stof geeft om over na te denken en te praten, wat er weer toe leidt dat we elkaar heel goed kennen. Het is fascinerend om met je partner alle facetten van verlangen te kunnen delen, maar het stuit desalniettemin op veel onbegrip bij anderen. Wanneer ga je trouwen?

Vestigingsplaats

Ik woon in Nijmegen. Zeven jaar geleden verhuisde ik naar deze stad, en het is de beste beslissing die ik ooit heb genomen. Nooit eerder heb ik me zo in mijn element gevoeld met mijn mijn omegeving als hier. De stad is klein en dorps genoeg om overzichtelijk te blijven, maar groot genoeg voor een rijk aanbod aan cultuur en faciliteiten. De sfeer is er onverbloemd pluizig links. De aanwezigheid van de Universiteit straalt af op het gastronomische en culturele aanbod, en op de prijzen. En de academische omgeving maakt dat er altijd interessante lezingen of debatten zijn waarbij geinteresseerden ook welkom zijn. Ik ben voorlopig niet van plan om te verhuizen, dat heb ik ook niet gedaan toen ik werkte in Hilversum of Amsterdam, en dagelijks enkele uren met de trein onderweg was. Het gaf me de tijd om de krant te lezen (iets wat ik anders thuis op de bank had gedaan). Sommige mensen kunnen hun onbegrip over deze situatie niet onderdrukken, een emotie die waarschijnlijk vergelijkbaar is met wat ik voel als mensen zeggen dat ze in een inspiratieloos forensendorp zijn gaan wonen, omdat dat zo lekker dicht bij het werk is.

Structuur

Hoewel ik vind dat mijn leven een zeer duidelijk structuur omvat, uit zich dat niet in de dagelijkse gewoontes die bij veel mensen wel een vast onderdeel van hun leefritme vormen. Het enige element waarvoor ik aan een structureel ritme vasthoud is mijn werk, op moment dat ik niet vanuit huis maar op kantoor werk. Maar ik heb niet altijd veel slaap nodig, en hecht bovendien niet bijzonder aan koken, waardoor zaken als slaap en eten vrij flexibel over de dag kunnen worden geschoven. Kortgezegd: ik slaap als ik moe ben en eet als ik honger heb. Ik geniet van de rust van de nacht, en beschouw het als een uitgekiend moment voor een heerlijke wandeling langs de Waal of voor het rustig kunnen uitlezen van een boek. Ik zou het jammer vinden als ik deze vrijheid zou moeten opgeven, omdat mijn leefritme van invloed zou zijn op dat van anderen.

Huis, Auto

Ik heb een bescheiden 3-kamerflat in het centrum van Nijmegen. Het is niet groot, maar het is gelegen op het mooiste plekje in de stad dat je je kunt wensen, met een direct uitzicht op de gotische toegangspoorten van de Sint Stevenskerk. Maar nee: geen tuin. En nee: geen balkon-dat-de-naam-mag-hebben. En nee: ik kan er geen serre aanbouwen. Nee, ook geen nieuwe schuifdeuren. Nee, ik heb niet nagedacht over een nieuwe kleur voor de kozijnen. Het verbaast me hoe de aanschaf van een huis, en vooral de plannen die vervolgens gemaakt worden om dat huis op alle mogelijke manieren te veranderen, tot de de-facto projecten van veel 30-ers verworden. Drie meter extra parket kunnen leggen lijkt een niet te onderschatte factor te zijn in het levensgeluk, en het voornaamste gespreksonderwerp met de partner. Oh, en nee: ik heb geen auto. Ook geen rijbewijs.