De filosoof en haar smartphone – Zeuren over Internet

Iedereen kent ze. Die Facebook-posts waarin mensen quasi-verontrust wijzen op de desastreuse gevolgen van het Internet in het algemeen -en sociale media in het bijzonder- op onze gemeenschappelijke geestelijke gezondheid, ons vermogen om met andere mensen te communiceren en het algehele voortbestaan van de mens als sociaal wezen. Vaak gaan die berichten vergezeld van een artikel over een of ander onderzoek, waarin een verband wordt gelegd tussen het gebruik van informatietechnologie en een veelvoud van ogenschijnlijk gerelateerde gevolgen, die altijd als conclusie hebben dat menselijke sociale vaardigheden op het punt staan te worden geruïneerd als we niet als de wiedeweerga ons Internetgebruik drastisch aan banden leggen.

Als je écht geluk hebt, betreft de post een persoonlijk relaas over de kwalijke gevolgen van “overmatig” online zijn, gevolgd door de plechtige belofte de smartphone definitief af te zweren of het Facebook-gebruik danig in te perken (dat deze inzichten zonder uitzondering júist op Facebook worden gedeeld, is iets wat de betreffende schrijver vaak volledig ontgaat). Ik heb zelfs berichten voorbij zien komen van jonge twintigers, die zonder een greintje ironie vertellen hoe mooi de werkelijke wereld is die zich aftekent door de ramen van de trein, nu de smartphone in de ban is gedaan.

Behoudens de sporadische gevallen waarbij deze berichten in hun absurditeit een kleine glimlach rond mijn mond doen verschijnen, roepen ze vooral ergernis op. Die ergernis is te herleiden tot twee zaken: 1) het idee dat mensen een “slaaf” zijn van de technologie en zichzelf of anderen daartegen in bescherming moeten nemen, en 2) het grenzeloze gebrek aan verwondering voor de tijd waarin wij leven, en de middelen die wij als eerste generatie voorhanden hebben om onszelf te informeren, te communiceren, te vermaken, te scheppen en delen.

Het is de schuld van Internet

Ik hecht bijzonder de persoonlijke autonomie van mensen, en hun vermogen om goede afwegingen en keuzes te maken. Bijvoorbeeld over de rol die informatietechnologie in hun leven speelt. Het komt me dan ook tamelijk absurd over wanneer mensen spreken over “verslavingen” die vermaledijde sociale platforms hen bezorgen, de hoeveelheid tijd die het hen kost, de afhankelijkheid van het medium en de druk die ervan uitgaat om zichzelf op een bepaalde manier te profileren. Mensen die ontevreden zijn over hun eigen internetgebruik of dat van anderen, en de schuld daarvan afschuiven op het bestaan van moderne communicatiemiddelen en de platformen die daarop beschikbaar zijn, getuigen van een kinderlijk animistisch denken dat we ook tegenkomen bij kleuters. “Stomme stoel!”.

Het kan zijn dat ik mensen meer capaciteiten toedicht dan ze in werkelijkheid hebben, maar ik hou desalniettemin graag aan dat idee vast. Iemand die tijdens een gezellig etentje constant op zijn smartphone aan het kijken is, is geen slachtoffer van de moderniteit, maar een idioot. En bovendien iemand die de verantwoordelijkheden voor zijn eigen tekortkomingen (of onwelgevallig sociaal gedrag van anderen) niet daar legt waar die zou moeten liggen: bij zichzelf.

Maak het zelf relevant

Er zijn hedendaagse filosofen (het soort dat geen drie zinnen kan spreken zonder de frase “post-moderne mens” in een van die zinnen te verwerken), die hel en verdoemenis prediken rond de sociale media. Het zou ons diep ongelukkig maken om al die berichten van onze vrienden te zien, omdat die zich op Facebook van hun gezelligste, aantrekkelijkste of succesvolste kant zouden tonen. Ik vind die constatering ronduit lachwekkend. Daar waar mensen sociale media vooral inzetten voor het melden van persoonlijke wissewasjes (en dat gebeurt met name op Facebook), beperken die zich in de meeste gevallen tot foto’s van borden eten, het zoveelste glas wijn, het geijkte “kijk-mij-eens-authentiek-zijn” op een feestje of die obligate foto op dat bekende pleintje in het land van verblijf, door sommigen aangevuld met foto’s van de pas aangeschafte auto of de meest recente verbouwing van tuin of huis. Als er één gevoel is dat deze foto’s bij mij losmaakt, dan is het wel het mistroostige idee dat dit volgens bovengenoemde filosofen ook nog eens de geretoucheerde versie van de levens van deze mensen betreft. Het besef dat ik mezelf gelukkig kan prijzen niet aan deze piketpaaltjes deel te hoeven nemen wint het maar heel zelden van de irritatie over de inspiratieloze mededelingen die mensen op Facebook plaatsen.

Ik ben altijd van de school geweest die het motto “don’t blame the medium” hanteert, en wanneer de berichten op Facebook niet aan de verwachtingen voldoen, dan ligt dat eerder aan de connecties die je op Facebook hebt, dan aan het medium zelf. Waarvan akte. Misschien als gevolg hiervan is mijn ervaring met Twitter een heel andere: Twitter is met afstand mijn belangrijkste bron van interessante artikelen en informatie. Door het a-synchrone karakter van Twitter is het veel eenvoudiger om mensen te volgen, en ik maak daar dan ook gretig gebruik van. Onder de mensen die ik volg zitten filosofen, journalisten, politici, columnisten en andere mensen die één of meerdere van mijn interesses delen, en gezamenlijk zorgen zij voor een onuitputtende stroom van voor mij relevante informatie.

Wikipedia en Diderot

Maar sociale media zijn maar een klein facet van de zegeningen van het Internet. Met afstand mijn favoriete site (door mij afwisselend ook wel “het mooiste kennisproject uit de geschiedenis van de mensheid” en “de reden waarvoor het Internet ontwikkeld is” genoemd), is Wikipedia. Het idee dat miljoenen mensen van over de gehele wereld belangeloos meewerken aan het maken en up-to-date houden van een naslagwerk met daarin alle kennis van de mensheid, kan mij oprecht ontroeren. Nooit eerder in de geschiedenis is het mogelijk geweest om een project met een dergelijke omvang op poten te zetten.

Ik ben een groot liefhebber van de Franse Verlichting en de denkers uit die periode, met een zeer sterke voorkeur voor de radicale filosoof Denis Diderot. Diderot was de mede-grondlegger van de Encyclopédie, een imponerende poging om alle kennis van de wereld te verzamelen in een serie boeken, met als doel het volk kennis te laten maken met wetenschap, ambacht en filosofie teneinde ze te verheffen en een rijker en gelukkiger leven te laten leiden. Telkens wanneer ik weer eens aan het grasduinen ben door de Wikipedia, bedenk ik me hoe fantastisch het zou zijn om dat alles aan Denis Diderot te kunnen laten zien. Laten zien hoe we tijd en afstand hebben overwonnen, hoe publiceren van ideeën en informatie écht gedemocratiseerd is, hoe groot de bereidwilligheid van de mens is om samen te werken, ongeacht hun culturele afkomst, zolang zij voor een gemeenschappelijk doel gaan.

Besef

Het stoort me enorm dat mensen zich niet realiseren dat we in een bijzondere periode leven. Dat er een tijd zal komen dat geschiedkundigen het zullen hebben over “vóór Internet” en “ná Internet”. Wíj zijn die generatie die voor het eerst de beschikking heeft over dit medium. Een medium dat ons in contact brengt met ontelbare anderen, op ontelbaar veel verschillende plekken, met ontelbaar veel verschillende interesses en ideeën. Internet is geen netwerk van computers, maar een netwerk van mensen dat daarvoor een computer gebruikt. Het is aan de gebruikers van dat Internet om het medium in te zetten zoals hij of zij dat goeddunken. Maar het is bijzonder jammer als mensen het volle potentiëel van het netwerk niet erkennen. Of erger nog: er op afgeven, en het zien als het grote gevaar voor de “post-moderne mens”.

Sociale verandering?

Een en ander wordt dan ook nog eens aangevuld door het absurde idee dat het Internet in de plaats is gekomen van andere vormen van communiceren of sociaal gedrag. Gelegenheidsfilosofen die ons menen te moeten wijzen op het feit dat we niet meer zouden weten wat vriendschappen zijn, omdat de term “vriend” ook gebruik wordt om connecties op sociale netwerken aan te geven. Of mensen die denken dat we door het gebruik van instant messaging programmaatjes verleerd zijn om normale gesprekken met elkaar te voeren.

Nu valt er veel te zeggen over de momenten waarop sommige mensen naar hun telefoon grijpen, en dat doe ik dan ook geregeld (“moet die telefoon tijdens ons etentje echt de hele tijd op tafel liggen?”). Laten we dat een periode van wennen noemen. Maar het is absurd om te denken dat de hoeveelheid communcatie tussen mensen is afgenomen sinds de smartphone zijn intrede heeft gedaan. De momenten in de bus waarop iedereen verdiept is in zijn beeldscherm, werden in een ver verleden in tegenstelling tot wat populair wordt aagenomen níet zondermeer gevuld met gesprekken met medereizigers. Men las een boek of de krant, of keek uit het raam. Of luisterde naar de walkman.

Maar hoewel ik graag zou zien dat mensen hun smartphone ook zouden gebruiken als de rijke kennisbron die het is (door bijvoorbeeld eens wat vaker een interessant artikel te lezen), gebruik de meeste mensen hun toestel voor sociale media. Men like’t, comment, pingt en whats-app’t er lustig op los. Allemaal activiteiten die plaatsvinden met het doel te communiceren met anderen. Je kunt veel van smartphones zeggen (over de diepgang van de communicatie bijvoorbeeld), maar niet dat het gebruik ervan tot desinteresse in andere mensen of afname van contacten heeft geleid.

Nieuwe contacten

Sterker nog: ik durf te beweren dat we sinds de komst van het Internet uit een veel rijker palet aan “real life” contacten kunnen putten dan ooit te voren. Omdat het Internet letterlijk alle mensen met elkaar in verbinding stelt, is de kans meer dan aanwezig dat er ergens op dat netwerk mensen zijn die jouw interesses delen. Hoe klein de niche die je hebt gevonden ook is. Ik heb door de jaren heen ontelbaar veel mensen leren kennen via het Internet, vaak omdat ze zich bevonden in discussiefora of nieuwsgroepen over specifieke onderwerpen. Veel van deze contacten hebben tot hechte vriendschappen geleid, die vaak snel buiten de kaders van de initiële gemeenschappelijke interesse reikten.

Van sommige contacten kun je stellen dat ze door de beschikbaarheid van het Internet hooguit sneller en eenvoudiger tot stand zijn gekomen. Van andere ben ik overtuigd dat ze zonder Internet nooit waren ontstaan.

Plezier in gebruik

Tenslotte nog een laatste observatie. Door de school van internet-doemdenkers wordt als laatste strohalm soms ook nog de vermeende “status” die het gebruik van bepaalde apparatuur de eigenaar zou opleveren als argument in rekening gebracht. “Mensen zijn dom, ze kopen dure telefoons en tablets omdat ze daartoe door commercie en sociale druk gedwongen worden”. Zoiets. Voor de mensen die voor wat betreft hun visie op de zegeningen van het Internet toch al aan de andere kant van het hek staan, is het feit dat sommige mensen zich ook nog eens bekommeren over de vraag wélke technologie ze willen gaan gebruiken (en daarbij soms overtuigd voor een bepaald product kiezen) een doorn in het oog.

Bezien vanuit de pessimistische Internet-visie is dat misschien nog voor te stellen. Ik zie dat anders. Wij zijn de eerste generatie die kan en mag beschikken over deze middelen, apparaten waarmee we onze gedachten ordenen en ideeën scheppen, waarmee we onszelf nieuwe dingen leren en kennis opdoen, waarmee we ons vermaken en die ons in staat stellen te communiceren en in contact te treden met andere mensen die we anders misschien nooit hadden leren kennen. Een apparaat wat zo veel waarde verschaft en wat zo’n belangrijke rol speelt op alle bovengenoemde facetten van het leven, mag best zorgvuldig worden gekozen. Het summum van de huidige stand van de technologie toont zich op dit moment in de smartphone en tablet, waarbij eerstgenoemde excelleert in zijn draagbaarheid en het overal beschikbaar maken van het rijke Internet, en laatstgenoemde een fantastische lees-ervaring biedt, die volledig vergelijkbaar is met de manieren waarop je een tijdschrift zou lezen.

Ik hecht aan de stijl en het gemak van met name de software die draait op de apparaten die ik gebruik, omdat die mijn dagelijkse gebruik nog nét weer wat meer plezier verschaffen. Naar mijn mening komen al deze facetten in Apple-producten het beste samen, en mijn enthousiasme over deze producten mag ik graag delen. Dit enthousiasme afdoen als ware ik het slachtoffer van een kapitalistisch opzetje door medogeloze fabrikanten is een dubieuze kwalificatie mijn beoordelingsvermogen.