De idee “Liefde” – Of: De reikwijdte van verbintenis

Wie zich openstelt voor het waarnemen van sociale constructies in onze maatschappij, zal merken dat het gebruik van de term “liefde” voor hem of haar een bron kan worden van grote verbazing en irritatie. De volstrekte vanzelfsprekendheid waarmee in populaire cultuur een verband wordt gelegd tussen de kwaliteit van de relatie (de “liefde”) en een zeer specifiek idee van de invulling van relaties is opmerkelijk. Dat daarbij vaak alle vormen van niet-conventionele relaties worden veroordeeld uit naam van de “liefde” is een belediging voor het rijke palet aan emoties van de mens, en de capaciteiten die hij heeft om verbintenissen aan te gaan.

Het is goed om te beseffen wat “liefde” is, en of het in die abstracte zin eigenlijk wel bestaat. Want een al te strakke definitie beperkt mensen in de opties die zij de revue laten passeren, op het moment dat zij zelf over de invulling van hun relatie nadenken.

Status-quo

Wanneer je je openstelt voor een frisse kijk op menselijke relaties, dan valt het je pas op hoe onze maatschappij (en de daarbij behorende populaire cultuur) verweven zijn van veronderstellingen, aannames en “status-quo’s” rond dit thema. Is dat erg, vraag je je misschien af. Ik ben geneigd om te stellen dat een verkeerd gebruik van begrippen en definities inderdaad tot problemen en onbegrip kan leiden. Onze taal is doorspekt met begrippen die iedereen lijkt te gebruiken om bepaalde aannames aan te duiden, zonder dat aan de spreker wordt gevraagd wat hij of zij er nu precies mee bedoelt.

Het meest misbruikte woord in deze context is zonder twijfel “liefde”. Het is opmerkelijk om te beseffen hoe vaak dat woord wordt ingezet, om een niet-benoemd, maar desalniettemin zeer strak ethisch afgebakend kader aan te geven. Mensen die dit woord gebruiken staan hier zelf vaak niet eens bij stil. Een en ander wordt helemaal interessant als we ons afvragen of zoiets als “liefde”, en dan bedoel ik het begrip liefde zoals dat in de romantische context wordt gebruikt, überhaupt wel bestaat.

Ik ben steeds meer van overtuigd dat romantische liefde een sociale constructie is, die geleidelijk in het leven is geroepen om een aantal emoties, gevoelens en lusten te koppelen aan gewenst sociaal gedrag. En dat is een proces dat dermate subtiel verlopen is, dat mensen op dit moment de elementen die een rol spelen binnen dat begrip “liefde”, gelijk zijn gaan stellen aan het begrip “liefde” zelf.

Exclusiviteit

De aantrekking tussen twee personen die de aanleiding vormt tot een liefdesrelatie, heeft vrijwel altijd zijn oorsprong in een seksueel oordeel. Merk op dat dit niet eens expliciet een verlangen naar seksuele handelingen hoeft te betreffen, maar elke fysieke fascinatie is in beginsel wel tot seksuele aantrekking te herleiden. Van haar mooie ogen tot zijn lieve lach. Hoewel sommige mensen desgevraagd een uitbundige definitie geven van “liefde” in een poging dit gegeven te ontkrachten, zijn het dezezelfde mensen die zonder een spier te vertrekken spreken van “liefde op het eerste gezicht”.

Wanneer de seksuele fascinatie wederzijds blijkt te zijn, staan de betrokkenen ervoor open elkaar ook op andere vlakken leren kennen. Dit proces hoeft overigens niet altijd strikt volgens bovenstaande chronologie te verlopen: mensen die op een bepaald moment een seksuele aantrekking voelen waarderen elkaar vrienschappelijk wellicht al langer. Desondanks wordt er pas vanaf het moment dat er sprake is van seksualtieit gesproken van liefde. Beide partijen namen het woord “liefde” eerder niet in de mond.

Het is dus de seksualiteit die voor veel mensen de liefde afbakent van vriendschap. En met dat omarmen van de ideeën rond het concept liefde komen dan meteen een reeks, vaak onbewuste, ethische aannames om de hoek kijken. Ik heb vaak geprobeerd vast te stellen wanneer seks en vriendschap dan zouden verworden tot “liefde”, en daarbij stel ik me in het bijzonder de vraag: is op dat raakvlak überhaupt wel sprake van een afzonderlijke emotie die met “liefde” is aan te duiden?

De inzet van Liefde

Volgens mij is er in de “liefde” sprake van een groot aantal oprechte en diepe emoties en intenties. Maar die emoties en intenties hebben ieder bestaansrecht op zichzelf. Zaken als vertrouwen, betrokkenheid, het delen van verdriet en geluk, aandacht en wat dies meer zij, zijn ook allemaal voorhanden in een vriendschap. Ze zijn geen exclusieve gevoelens en intenties voor een romantische liefde.

Wanneer seksuele interesse wordt beantwoord, en bij betrokken partijen is sprake van bovengenoemde emoties en intenties, dan spreken veel mensen van liefde. En voor het leeuwendeel van hen is daarbij ook meteen duidelijk wat er van beide betrokkenen, én van de buitenwereld, verwacht wordt ten aanzien van de relatie. De hoeveelheid tijd die bijvoorbeeld met de liefdespartner wordt doorgebracht ten opzichte van andere mensen. Of het gegeven dat de seksualiteit voortaan exclusief tussen beide partners plaatsvindt.

Voor veel mensen zijn dit voor de hand liggende gevolgen, maar het zijn desalniettemin wel sociale constructen. Immers: de meeste mensen hebben de ervaring dat ze in staat zijn om meerdere intieme emotionele verbintenissen met verschillende personen te onderhouden (vriendschappen), en daarnaast kennen veel mensen ook het seksuele verlangen dat verschillende personen op verschillende momenten los kunnen maken. Veel mensen zijn geneigd om te stellen dat men zich aan vriendschappen vrij te goed mag doen, maar dat de seksualiteit beperkt blijft tot de partner. Toch zullen deze mensen zeggen dat het de “liefde” is die hen tot een stel maakt, en niet de seksuele exclusiviteit.

Verbintenis

Iedereen weet hoe bevredigend diepgaande emotionele vrienschappen met anderen kunnen zijn, en de meeste mensen zijn ook overtuigd van het plezier van lichamelijk samenzijn. Het is de combinatie die “liefde” is gedoopt, en waarvan de exclusieve verbintenis zo stellig in het collectieve bewustzijn van mensen is opgeslagen, dat ze denken dat beide elementen buiten de context van “liefde” alleen los van elkaar voorkomen.

En daarmee komen we bij de crux van dit betoog: Deze mensen denken dat het aangaan van meerdere seksuele contacten per definitie inhoudt dat er voor het complemetaire element van liefde, namelijk vriendschap en verbintenis, in deze gevallen geen sprake kan zijn. Een kolosale misvatting.

Het is júist die combinatie van emotionele en lichamelijke overgave die menselijk contact tot nieuwe hoogtes kan stuwen. Uiteraard kan er in sommige gevallen sprake zijn van een sexueel contact waarbij de nadruk van beide betrokkenen vooral op het lustelijke samenzijn ligt. Dat soort losse seksuele contacten is natuurlijk prima. Maar het is geen voorwaarde voor het kunnen laten slagen van additionele seksuele contacten binnen een relatie.

Ik zou juist willen pleiten voor diepe verbintenissen tussen mensen. Een open instelling ten aanzien van het aangaan van andere relaties maakt dit mogelijk. Zoals we hierboven zagen is “liefde” vooral een set afspraken, voor wat betreft de tijd die mensen met elkaar doorbrengen en de verantwoordelijkheden en verwachtingen die ze ten aanzien van elkaar hebben. En juist op dat vlak zit veel meer flexibiliteit dan veel mensen zich realiseren.

Ideeën herzien

Allerlei praktische zaken kunnen de betrokkenen onderling afstemmen. Het loslaten van voormalige constructen (en bijvoorbeeld ideeën over wat “eerlijk” is), kunnen bijvoorbeeld inhouden dat de tijd niet strict evenredig tussen de partners verdeeld hoeft te worden. Maar die praktische afspraken houden niet in dat iemand zich minder betrokken mag voelen. Of minder geliefd. Het mooie van een poly-relatie is nu juist de mogelijkheid om wél gevoelens te mogen uiten naar een ander, en belangrijk: om die gevoelens beantwoord te mogen krijgen. En ja: daar komen ook verwachtingen en verantwoordelijkheden bij kijken. De additionele relaties kunnen dan ook als volwaardige relaties worden beschouwd.

De meeste mensen in poly-relaties hechten grote waarde aan de diepe, intieme, emotionele en duurzame band die mensen in een relatie met elkaar kunnen opbouwen. Het is juist uit bewondering en ontzag voor dat idee dat zij die ervaring vaker willen meemaken – en: delen.

Het is opmerkelijk hoe vaak er vanuit conservatieve hoek stelling wordt genomen tegen dit soort altenatieve relatievormen met het verwijt dat het onmogelijk moet zijn dat hier sprake is van “echte liefde”: dat ene, mythische, ongedefiniëerde gevoel wat klaarblijkel uitsluitend tussen twéé mensen op wonderlijke wijze tot stand kan worden gebracht.

Waarom een seksueel open relatie een leukere partner oplevert

We stelden eerder vast dat monogamie met veel mythes wordt omgeven, en dat de traditionele exclusieve relatievorm helemaal niet zo “logisch” blijkt te zijn als vaak wordt verondersteld. In het artikel Tweede persoon meervoud – Of: een hernieuwde kijk op relaties betoog ik waarom het fijn is om een aanvullende relatie te hebben. Het artikel beschouwt een dergelijke poly-verbond vanuit het oogpunt van degene die een aanvullende relatie aangaat.

Maar misschien is het ook interessant om eens te kijken naar wat de voordelen zijn als niet jíj, maar je partner een seksueel contact met een ander onderhoudt.

Een en ander komt terug op het voor jezelf beantwoorden van de vraag: wat is voor mij een relatie? Ikzelf zie het hebben van een relatie als het hebben van een heel bijzonder verbond met iemand, iemand met wie ik parallel door het leven wil wandelen. Iemand met wie ik alle grote gebeurtenissen wil delen. Iemand waarvan ik weet dat die er altijd voor me zal zijn, hetzij in fysieke nabijheid, hetzij op andere manieren. Maar bovenal: iemand met wie ik zo veel mogelijk ervaringen, gevoelens en gedachtes wil delen. Iemand die mij inspireert, iemand die mij opstuwt. Iemand die me blijft boeien en prikkelen.

Het ligt, wat mij betreft, voor de hand dat hoe meer ruimte iemand krijgt, hoe groter zijn mogelijkheden zijn om van de wereld om zich heen te proeven. Hoe meer die ander een ander is, hoe meer er is om je aan te laven. Merk op dat het omgedraaide natuurlijk ook geldt: hoe meer de levens van beide partners met elkaar verweven zijn, hoe minder “ander” er zal overblijven. Voor sommige mensen is dat misschien prettig. Voor anderen, en het moge duidelijk zijn dat is mezelf daartoe reken, is het dodelijk voor de inspiratie die ze uit de relatie willen halen.

Er zijn mensen die binnen hun relatie zo veel mogelijk zaken samen willen delen. Ze lezen dezelfde boeken, kijken dezelfde tv-programma’s, hebben dezelfde vrienden, bezoeken dezelfde uitgaansgelegenheden. Sommigen wonen zelfs in hetzelfde huis! Ik kan me voorstellen dat het in dergelijke situaties heel moeilijk is om je door je partner te laten verrassen met nieuwe inzichten of ervaringen. Je was er immers vrijwel altijd bij. (Een veelgekozen work-around rond dit probleem is het oppikken van gemeenschappelijke projecten. Het verven van de buitenkozijnen bijvoorbeeld. Of het opvoeden van een kind.)

Niets verschaft mij meer genot dan met mijn vriendin urenlang liggen praten. Vaak heeft een van ons een interessant geprek gehad, of iets opvallends gelezen. Of hebben we nagedacht over een vorig gesprek, en bleek er nog genoeg stof te zijn om op terug te komen.

De momenten waarop ik mij het diepste verbonden voel met mijn partner, zijn die momenten waarop ik het gevoel heb dat we elkaars intiemste emoties kunnen delen. En een van die emoties dat van seksueel verlangen. Hoe minder dan beknot wordt, en hoe meer het geuit mag worden, hoe “seksueler” mijn partner wordt.

Ik vind het ontzettend mooi om te zien dat mijn partner zich bewust is van haar seksualiteit. Het maakt haar een ongelofelijk prikkelende persoonlijkheid als ze de wereld om zich heen, en de actoren die daarbinnen rondlopen, ook op een seksuele manier ziet. In een seksuele context wil ik mijn partner zien als een seksueel wezen. Niet als seksmaatje dat binnen de relatie nu eenmaal voorhanden is.

Zoals gezegd denk ik dat het verbond tussen beide partners er idealiter een is waarbinnen een uitwisseling van inspirerende gedachtes en prikkelende emoties plaatsvindt. De emoties en verlangens (en uiteindelijk: seksuele ervaringen) die je partner heeft ten aanzien van iemand anders kunnen een geweldig uitgangspunt zijn voor zulke intimiteit. Cruciaal hierbij is het feit dat de ene partner zich hoogstwaarschijnlijk goed kan inbeelden hoe de andere partner dat seksuele verlangen ervaart. Hij kent het gevoel, weet wat de impact is, en kan zich dus voorstellen hoe euforisch zijn partner zich moet voelen. En dát is dan weer precies wat de relatie tot de relatie maakt: het kunnen delen van de intiemste gevoelens en verlangens met de ander, én het de ander gunnen van geweldige ervaringen.

Het hebben van een seksueel vrije relatie betekent dat de andere partner zich in elk geval minder hoeft te bekommeren om eventuele gevolgen voor de relatie wanneer er sprake is van seksueel contact met, of zelfs maar van een gevoel van aantrekking tot, een ander. Hoewel persoonlijke ervaringen uiteraard geen garantie zijn voor anderen (of zelfs voor onszelf in andere omstandigheden), is het mijn ervaring dat een verliefd persoon die zich niet hoeft te bekommeren om het “ontzien” van zijn partner, maar er in tegendeel heerlijk aan kan toegeven en er uitgebreid over mag vertellen, een véél ontspannender, leuker en vrolijk persoon is.

Ik zie graag dat mijn partner weet “wat het leven te koop heeft”, en zich volledig kan richten op het eruit halen wat er voor haar in zit.

Ik krijg het maar niet voor elkaar om te begrijpen waarom mensen beweren in hun partner “de ware liefde” te hebben gevonden, maar dat diezelfde “ware liefde” geen grijpstuiver blijkt waard te zijn als de partners uit elkaar gaan omdat de een met een ander intiem is geweest. Beslissingen als deze zijn buitenproportioneel, en de gevolgen immens. Het monogame streven als grootste bron van persoonlijk leed. Ik mag hopen dat mijn partner hoogst beledigd zou zijn als ik alles wat ik met haar deel en ooit heb gedeeld, alles!, ondergeschikt maak aan haar toegeven aan seksuele lusten, die (op zijn minst) twee personen erg fijne momenten hebben bezorgd, en die verder niemand hebben geschaad.

De mythes rond monogamie

Ik geloof dat het streven naar monogamie een van de grootste persoonlijke destructieve elementen is in onze huidige samenleving. Sterker: het monogame ideaal is waarschijnlijk de belangrijkste veroorzaker van persoonlijk leed voor onvoorstelbaar grote aantallen mensen. Hoe komt het dan toch dat mensen blijven vasthouden aan dit streven?

Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen die aan dit gedrag ten grondslag liggen.

– De voornaamste reden is dat veel mensen zich niet realiseren dat de manier waarop wij zaken in het leven vormgeven niet vaststaat. Zij zijn er bijvoorbeeld van overtuigd dat bepaalde zaken een “natuurlijke” of “biologische” aard hebben.
– Ze verwijzen naar emoties als jaloezie, zonder die te duiden, als “bewijs” voor de natuurlijke orde der dingen.
– Ze zijn ervan overtuigd dat de dominante relatievorm in onze maatschappij het gevolg is van wat het beste “werkt”, en beschouwen het afwijken hiervan als onnodige rebellie.
– Ze zijn intellectueel niet in staat zelf oorspronkelijk inhoud te geven aan hun definitie van relaties en dus conformeren ze zich aan de norm.

Ik wil bovenstaande punten even kort te behandelen, om aan te geven dat ze stuk voor stuk gemakkelijk te weerleggen zijn.

Mythe 1: monogamie is natuurlijk

Aanhangers van de “natuurlijk gedrag”-theorie beroepen zich altijd op het opvoeden van kinderen als reden voor het streven naar monogamie in een relatie. Niet zelden wordt daarbij ook het aloude mantra aangehaald: de vrouw blijft thuis bij de kinderen, de man zorgt voor voedsel, en om dat verbond niet in gevaar te brengen is het voor de hand liggend dat de mens streeft naar monogamie.

Het is wonderlijk om te moeten vaststellen hoe snel een gemakkelijk mensen verbindingen leggen die allesbehalve “vanzelfsprekend” zijn, maar daarentegen volledig cultureel zijn bepaald. Daarnaast blijkt hieruit hoe een diepgeworteld seksisme zich zelfs meester heeft kunnen maken van ons beeld van de oermens.

Het enige wat we objectief kunnen vaststellen is dat er een man en een vrouw benodigd zijn om het voortplantingsproces in gang te kunnen zetten. Hoe vervolgens de opvoeding van het kind wordt vormgegeven staat hiervan volledig los. Je kunt je voorstellen dat er een tijd of plek is waarbij een volledige (dorps)gemeenschap de zorg voor de kinderen op zich neemt, of dat er andere situaties denkbaar zijn waarin het niet alleen de beide biologische verwekkers zijn die de opvoeding van de kinderen op zich nemen. Het is bizar om te merken dat er mensen zijn die denken dat de mens voorzien is van een gen dat hem vier muren laat bouwen om er met partner en kinderen tussen te gaan zitten. En daar vervolgens ook meteen een maatschappelijke en seksuele moraal aan verbindt.

Mythe 2: jaloezie weerhoudt ons van poly-seksueel gedrag

Vervolgens wordt jaloezie door veel mensen aangehaald als “bewijs” voor een natuurlijk streven naar monogamie. Immers, is de redenering, over jaloeziegevoelens heb je geen controle, dus is het een signaal van je lichaam dat er iets onplezierigs plaatsvindt.

Ik zal de laatste zijn om de impact van jaloeziegevoelens te ontkennen. En ik zal ook niet snel durven beweren dat het eenvoudig is om vat te krijgen op deze gevoelens om ze vervolgens naar je hand te zetten. Jaloezie is pijnlijk.

Daarom is het jammer dat zo weinig mensen nadenken over wat jaloezie nu precies is, en waar die vandaan komt. Want jaloezie is een reactie van het lichaam op gevaar. Er worden stoffen aangemaakt die ervoor zorgen dat je alert bent. Maar waarom zouden we een boodschap van deze stofjes krijgen op het moment dat onze partner zich met een ander ingeeft? Wat is het gevaar waar ons lichaam ons op wijst?

Vanzelfsprekend is dat het risico om onze partner te verliezen. Wanneer je in een maatschappij bent opgegroeid die het aangaan met van een seksueel contact buiten de relatie bijna één-op-één gelijkstelt aan het einde van die relatie, dan is het inderdaad raadzaam om waakzaam te zijn voor wat betreft de buiten-relationele verlangens van je partner.

Bovendien is hier sprake van een vicueuze circel waarbij de jaloezie en het (verlangen naar) seksuele contacten buiten de relatie elkaar versterken. In onze oh-zo-moderne maatschappij is de buitenechtelijke wip hét thema in bijna alle cultuur-uitingen (denk aan tv, bladen, boeken, film). De lading die met het thema is omgeven is enorm. We koesteren het taboe. Maar een en ander leidt er natuurlijk niet bepaald toe dat dit status quo doorbroken wordt.

Mythe 3: monogamie is dominant omdat het het beste werkt

Het leven is een kralenketting van keuzes. Bij elke stap die je zet kun je ervoor kiezen om links of rechts af te slaan. Veel mensen gaan er aan voorbij dat dit ook voor zaken geldt waarbij het in eerste instantie lijkt dat er weinig of niets te kiezen valt.

Soms zijn de keuzes die mensen maken bij het vormgeven van hun leven zo alom dominant, dat het bijna lijkt dat hier geen sprake ís van keuze. Of men realiseert zich wel degelijk dat er sprake is van keuzevrijheid, maar dat het feit dat veel mensen dezelfde keuze maken betekent dat dat wel de beste keuze moet zijn.

Deze mensen gaan eraan voorbij hoe subtiel gewoontes zich meester kunnen maken van een cultuur. De vanzelfsprekendheid van bepaalde zaken maakt dat ze niet of nauwelijks ter discussie worden gesteld. De vorm waarin wij onze relaties gieten is daarvan een sprekend voorbeeld. Het is zó ongebruikelijk om van de geldende monogamie-norm af te wijken dat dit door sommigen als een statement van rebellie wordt beschouwd. En sommige mensen zit het niet hun aard om daarvan verdacht te willen worden, wat een reden kan zijn om zich -hoogstwaarschijnlijk onbewust- naar de norm te schikken.

Mythe 4: de betekenis van “relatie” staat vast

De manier waarop mensen het begrip relatie definiëren varieert enorm. Eerder schreef ik hierover het artikel Tweede persoon meervoud – Of: een hernieuwde kijk op relaties.

Ik denk dat mensen over een zekere intelligentie moeten beschikken (en de bereidheid om die te gebruiken) om na te kunnen denken over de vraag: wat is voor mij een relatie? En ik ben er ook van overtuigd dat er een verband is tussen de creativiteit en opties die daarbij de revu passeren en het intellectuele vermogen.

Niets is eenvoudiger voor het vormgeven van een relatie dan deze af te bakenen: dit kan en mag wel binnen de relatie, dat kan en mag niet binnen de relatie. Het heeft me altijd hoogst verbaasd dat er mensen zijn die hun relatie definiëren aan de hand van wat het niet is, namelijk: intimiteit met een ander. Alleen de ecxlusiviteit vormt de basis van de relatie. “Relatie-ception”, zogezegd.

Een kleine gniffel kan ik niet onderdrukken wanneer deze lieden dan ook het woord “trouw” in de mond nemen. Merk op: trouw betekent voor hen níet dat iemand zich als getrouw beschikbaar stelt, maar alleen maar dat een derde dat niet doet. Bizar.

Dat een seksueel open relatie wederzijds voordeel biedt, betoog ik in Waarom een seksueel open relatie een leukere partner oplevert.

Nee, dat beloof ik niet – Morele bezwaren tegen het huwelijk

Het belang wat sommige mensen aan het huwelijk hechten, en de vorm waarin zij dat gieten, is me altijd uiterst bedenkelijk overgekomen. En hoewel dat grotendeels lijkt te kunnen worden afgedaan als een particuliere gevoelskwestie, blijken er een groot aantal praktische en zelfs morele bezwaren te kleven aan het huwelijk. Ik probeer dat hieronder toe te lichten.

Het westerse huwelijk heeft een achtergrond waarbij burgerij en kerk nauw verweven zijn, en waarbij voor de selectie van huwelijkskandidaten vaak werd uitgegaan van praktische aangelegenheden die het samenbrengen van twee personen tot gevolg had, en minder van persoonlijke voorkeuren van de huwelijkskandidaten.

Het moge duidelijk zijn dat de meeste huwelijken die dezer dagen worden gesloten niet meer, of niet meer zo sterk, op deze principes zijn gegrondvest (al komt het nog steeds voor). Laten we er in dit betoog vanuit gaan dat beide partners uit affectie voor elkaar het besluit nemen om met elkaar te trouwen, los van financiële of religieuze motivaties.

Een huwelijk wordt aangegaan met één ander persoon, en heeft in beginsel geen einddatum. Hoewel er tegewoordig -ook juridisch- een einde kan worden gemaakt aan een huwelijksverbintenis, is de intentie doorgaans niet het aangaan van een vrijblijvende of tijdelijke overeenkomst.

Er valt veel te zeggen voor het uitspreken van dergelijke duurzame intenties binnen een relatie, en dat is dan ook niet datgene waar ik een probleem mee heb. Relaties kunnen een bepaalde verdieping krijgen wanneer beide partners elkaar laten blijken dat ze voor lange duur bij elkaar willen blijven. De vraag is echter of het moreel verantwoord is om mensen dit te laten beloven. Kun je van een mens verwachten dat hij of zij op een bepaald moment in zijn of haar leven, en onder de dan geldende omstandigheden en met de op dat moment aanwezige kennis, een beslissing kan nemen die zulke grote gevolgen heeft voor zijn persoonlijke levensgeluk en ontwikkeling? De afspraak lijkt immers te zijn: voor mijn emotionele en lichamelijke welzijn maak ik me voor de rest van mijn leven exclusief afhankelijk van één enkel persoon.

Daarmee wordt voorbij gegaan aan twee belangrijke factoren die hier verandering in kunnen brengen: de band tussen beide personen kan veranderen, en er kunnen zich andere personen aandienen waarbij zich ook de wens voordoet daar een sterke, emotionele en/of lichamelijke band aan te gaan. Zaken waarover bij het aangaan van het huwelijk eerder bepaalde -al dan niet ongeschreven- exclusieve afspraken zijn gemaakt.

Nu is het natuurlijk zo dat er diverse moderne en ruimdenkende interpretaties mogelijk zijn van het huwelijk. Immers: niet weerhoudt de betrokken partijen ervan om losser met de definities om te gaan, en zich in te laten met aanvullende partners mocht die behoefte zich voordoen. Maar dan nog blijft de vraag bestaan waarom beide partners zich openbaar willen laten vastleggen op een overeenkomst die de mogelijkheden -afhankelijk van persoonlijke ontwikkeling en/of veranderende omstandigheden- om zich te ontwikkelen danig inperkt.

In beginsel heb ik moeite met het idee dat een mens het beste gebaat is bij het hebben van slechts één enkele partner. Het traditionele huwelijk biedt geen mogelijkheden om om te gaan met het idee dat verschillende mensen verschillende belangrijke rollen in het leven van iemand kunnen spelen. Hetzij parallel aan elkaar, of zelfs op op verschillende momenten in het leven. Voor beiden laat het huwelijk geen ruimte: er kan een huwelijksverbintenis worden aangegaan met slechts één persoon tegelijkertijd. En zelfs voor het op een later tijdstip aangaan van een dergelijk verbond met iemand anders bestaat geen mogelijkheid, zonder daarmee het bestaande huwelijk te ontbinden.

En daarmee komen we op een belangrijk punt. Ik denk dat de vorm van het traditionele, monogame huwelijk gevolgen heeft gehad voor de manier waarop morele oordelen over relaties zijn gevormd, en niet andersom: dat de vorm van het huwelijk voortgekomen is uit al langer bestaande morele opvattingen over relaties. Uit alles in onze cultuur blijkt dat, hoewel velen de noodzakelijkheid van het aangaan van een huwelijk los hebben gelaten, de algemene mores ons nog steeds voorhoudt dat het exclusieve verbond tussen twee mensen de enige “moreel juiste” relatievorm is, en dat alles wat daar aan tornt vanuit diezelfde optiek onethisch is. Ook onze “vrije” westerse cultuur is vergeven van het bekrompen gebruik van begrippen als “trouw”, waarmee dan niet wordt bedoeld of iemand zijn lichamelijke en geestelijke vertrouwen schenkt aan iemand, maar of dat gegeven al dan niet exclusief is.

Ik denk dat het immorreel is om mensen verbintenissen te laten aangaan en ze iets te doen laten beloven waarop zij niet terug kunnen komen, althans niet binnen de vorm van die verbintenis. Het gaat volledig voorbij aan het gegeven dat een mens zich gedurende zijn leven ontwikkelt, tot andere inzichten komt of  andere verlangens en behoeftes leert kennen. En dat er mensen op zijn of haar pad kunnen komen waaraan hij of zij zich intellectueel, lichamelijk en emotioneel zou kunnen laven. Waarom zou iemand een publiekelijke verklaring willen afleggen zich nooit meer te willen richten op iemand anders die mogelijk aan een grote lichamelijke, geestelijke en emotionele ontwikkeling kan bijdragen?

Maar naast deze morele bezwaren, zijn er ook nog een aantal praktische zaken waar ik tegenaan loop.

Zo verbaas ik me erover dat vaak vrouwen -en soms een enkele man- zich zo vereerd voelen bij een huwelijksaanzoek. Niet zelden wordt een dergelijke verloving uitgebreid wereldkundig gemaakt. De beide partners zien in de voorgenomen huwelijksplannen de ultieme uiting van hun liefde voor elkaar. Toch zegt een voorgenomen huwelijk nauwelijks iets over de kwaliteit van een relatie. Sterker nog: niets lijkt zo makkelijk dan je “liefde betuigen” voor een ander door hem of haar ten huwelijk te vragen. Het is een volstrekt abstract gegeven, dat niets zegt over de praktische invulling van de relatie.

Ik ga ervan uit dat iemand zijn of haar relatie baseert op zaken als betrokkenheid, vertrouwdheid, mogelijkheden tot ontwikkeling, inspiratie, prikkeling, aantrekking en dergelijke. Zaken die dagelijks in de praktijk tot uitdrukking komen. Het moet, vind ik, de moeite waard zijn om iemands partner te zijn. Hierin schuilt een bepaalde gemeenschappelijke verantwoordelijkheid om elkaar dat alles te bieden. De bereidheid om je hiervoor in te spannen, om de relatie ook daadwerkelijk te voeden en om je partner te blijven prikkelen, inspireren en stimuleren, geven aan hoe waardevol het contact met iemand is. Niets lijkt er makkelijker dan met veel omhaal een huwelijksaanzoek te doen om je liefde te verklaren. Het impliceert immers an-sich totaal niets over de invulling. Waarom zou iemand zo dolgelukkig zijn bij het idee dat iemand bereid is om zijn of haar echtgeno(o)t(e) te worden, terwijl dit toch op zijn minst de minst arbeidsintensieve manier is om van iemand te merken dat hij of zij het beste met je voorheeft en inspanningen wil verrichten om je een gelukkige relatie te bezorgen. Waarom pikken zoveel mensen deze gemakzuchtige uiting van liefde?

Zit het hem erin dat met huwelijksaanzoek eenvoudig kan worden duidelijk gemaakt wat de bedoeling is? Dat het makkelijk is om aan de omgeving te vertellen wat de aard van de relatie is (en hoe goed en serieus de andere partner het met je voor heeft) door ze eenvoudigweg van de trouwplannen op de hoogte te stellen? Waarom zou je felicitaties schenken aan het voorgenomen huwelijk van een stel met een middelmatige relatie, en zouden deze niet op zijn plaats zijn bij een relatie die niet notarieel wordt bezegeld, maar die inhoudelijk erg sterk is? Toch lijkt het voorgenomen huwelijk het ultieme bewijs van de kwaliteit van de relatie, voor de beide partners, maar waarschijnlijk vooral ten overstaan va de buitenwereld, terwijl het er in feite helemaal niets over zegt.

En dan is er het uiterlijk vertoon waarmee veel huwelijken gepaard gaan. Uiteraard is hier sprake van persoonlijke invulling en smaak, maar het is verbazingwekkend met hoeveel overeenkomstige symboliek huwelijken plaatsvinden. Van de kostbare kleding van de bruid tot de afgehuurde lokatie voor de feestelijkheden: hoe grotesker met alles wordt omgesprongen, hoe groter het signaal dat het koppel schijnt uit te willen dragen. Huwelijksaangelegenheden zijn vaak zó bombastisch, dat ik me afvraag wie er aan wie een boodschap wil overbrengen. Wederom komt daarbij de vraag in mij op: Waarom accepteren mensen het idee dat zoiets abstracts als de liefde, iets wat zich uit in de mate waarop mensen elkaar inspireren, verrijken en genot schenken, door een groots banket in een pittoresk landhuisje of door lange sluiers en koetsen kunnen worden verbeeld? Wat zegt zo’n dag tegen anderen over datgene wat je partner voor jou nu zo bijzonder maakt?

Waarom de institutionalisering van je relatie zo uitbundig vieren, en niet de daadwerkelijke aspecten die de relatie voor jou zo bijzonder maken?

Een van de meest bizarre randverschijnselen van het huwelijk die ik tenslotte nog even wil noemen, is het aannemen van de achternaam van de partner. Hoewel niet langer meer een juridische verplichting, en inmiddels opgerekt met de mogelijkheid verschillende combinaties van de namen van beide partners te gebruiken, is het een stuidend paternalistisch relikwie dat indruist tegen elk idee van persoonlijke integriteit. Je naam is het meest persoonlijke woord om je individualiteit aan te duiden. Het aannemen van de naam van je partner symboliseert niet alleen een over-geromaniseerd idee van het samengaan van beide partners (waarbij duidelijk wordt verbeeld dat de individuele ontplooing ondergeschikt is aan die van het stel), maar brengt bovendien een volstrekt onethische hierarchie aan tussen beide partners. De één heeft zich letterlijk ondergeschikt gemaakt aan de ander, door zich naar die ander te vernoemen – ten koste van de naam waarmee de eigen identiteit tot dan toe altijd werd aangegeven. Ik kan niet begrijpen dat partners die hun naam schenken aan hun echtgenoot zich niet gegeneerd voelen waarnee die naam voorbij komt.

Er zijn kortom nogal wat redenen om vraagtekens bij het huwelijk te zetten. Is het moreel verantwoord om iemand een dergelijke belofte te laten doen? Zijn de gevolgen hiervan op iemands ontwikkeling per saldo positief of negatief? Wat zegt een huwelijk over de kwaliteit van de relatie of de intenties van de partners? En waarom lijken zoveel mensen de behoefte te voelen zich er toch -met veel uiterlijk vertoon- aan te wagen? Ik vraag me af of het huwelijk past bij het idee van een relatie die zich richt op het zo goed en liefdevol mogelijk ontplooien van beide partners.

Tweede persoon meervoud – Of: Een hernieuwde kijk op relaties

Ik ben geen bioloog, geen socioloog, geen sexuoloog en geen filosoof. Het is dan ook met gepaste nederigheid dat ik meen iets over dit onderwerp te kunnen zeggen, want het raakt aan alle genoemde disciplines en misschien zijn alleen degenen die op al deze gebieden over gedegen kennis beschikken in staat er weloverwogen een mening over te kunnen vormen. Alles wat ik hierover te melden heb zijn persoonlijke observaties en gedachtengangen. Hou er dus vooral rekening mee dat ik zaken volledig uit verband kan zien, of tot verkeerde conclusies kom. Ik heb niet de pretentie met nieuwe waarheden op de proppen te komen.

Dat gezegd hebbende, er is een vraag die me al geruime tijd niet los laat: Is er iets fundamenteel mis met de manier waarop wij in onze samenleving liefdesrelaties definiëren? De vraag stellen is hem beantwoorden. Ja, ik denk dat dat het geval is.

Institutionalisering van relaties
We leven in een maatschappij die de sporen van enige decennia aan sexuele en maatschappelijke revoluties duidelijk zichtbaar heeft gemaakt. We zijn gewend aan sexuele en relationele uitspattingen, maar vaak worden deze ook vooral als dusdanig beschouwd: uitspattingen. De meeste mensen gaan bij het idee van een relatie nog steeds uit van een redelijk vertrouwd beeld: één man en één vrouw, vrij recentelijk opgerekt met de notie dat het hier ook twee mensen van hetzelfde geslacht kan betreffen. Het idee van de één-op-één-relatie is daarbij echter een onlosmakelijk component.

Volgens sommigen kent de traditionele man-vrouw relatie een duidelijk biologische oorsprong: het paar zorgt samen voor de verwekking én de opvoeding van nageslacht (hoewel de vanzelfsprekendheid dat deze opvoedpraktijk ook op elk moment in de geschiedenis gebruikelijk was door velen wordt betwist). Vanuit het voortplantingsidee lag het voor de hand dat deze samenlevingsvorm tussen een man en een vrouw werd geïnstitutionaliseerd in de vorm van een huwelijk en dat het hebben van sexuele contacten veelal tot dit exclusieve verbond diende te worden beperkt. Aan het aangaan van sexuele betrekkingen was immers tot voorkort een groot risico verbonden: de vrouw kon zwanger worden en ze was voor de opvoeding en het onderhoud van het kind mede -of voornamelijk- van de man afhankelijk. Ethische normen dienden een praktisch doel.

Dat er rekbaarheid zit in de manier waarop gemeenschappen het aangaan van sexuele relaties definiëren, blijkt wel uit de sexuele revolutie in de jaren ’60. Het afnemen van de kerkelijke invloed op de menselijke moraal in combinatie met het ruim beschikbaar komen van voorbehoedsmiddelen, maakte dat de meeste mensen vanaf die tijd vrij gemakkelijk sexuele relaties met elkaar aangingen. Ook wanneer er geen sprake was van de intentie dat deze relatie de rest van het leven van beide partners zou voortduren.

Keuzes bij verlangen
Hoewel de meeste mensen zich de vrijheid permitteren in hun leven meerdere sexuele partners te hebben, is de structuur waarbinnen die relaties zich vormen door de jaren heen niet fundamenteel veranderd. Relaties worden aangegaan met één ander persoon, het aangaan van een volgende relatie betekent automatisch het einde van de huidige relatie.

Wanneer mensen binnen een relatie de behoefte voelen aan het hebben van een relatie met een ander, of zich die behoefte nu richt op een specifiek persoon of dat er sprake is van een algemeen verlangen, dan zien de meeste mensen zich gedwongen een keuze te maken. Het aantal opties dat daarbij de revue passeert, is grofweg te verdelen in: 1) het negeren van het verlangen ten behoeve van het behoud van de huidige relatie, 2) het stiekem aangaan van een geheim contact, en 3) het beëindigen van de huidige relatie om een nieuwe te starten.

Zelden wordt hierbij gedacht aan de mogelijkheden om een relatie aan te gaan met deze nieuwe persoon, met behoud van de huidige relatie. Ik heb me vaak afgevraagd waarom dat het geval is. Speelt hierbij overwegend een rol dat biologische en/of psychologische oorzaken ons ervan zouden weerhouden succesvol relaties met meerdere personen aan te gaan, of is de algemene relatievorm vooral cultureel bepaald?

Betekenis van trouw
Hoe erg dat mogelijk geval is blijkt onder meer uit het spraakgebruik waarmee het thema omgeven is. Termen als “vreemdgaan” en “overspel” benadrukken de negatieve connotatie. Maar vooral met het gebruik van het woord “ontrouw” heb ik grote moeite. Hoewel er veel voor te zeggen valt dat er sprake is van een vertrouwensbreuk wanneer partners expliciet afspreken zich sexueel exclusief op te stellen naar elkaar en één van de partners deze afspraak eenzijdig schaadt, wordt met het woord toch vooral de schending van die exclusiviteit in het algemeen bedoeld.

Voor mij betekent trouw een vorm van toewijding, het bieden van een omgeving voor de ander waarbinnen deze zich volledig vrijelijk kan uiten, zonder bang te zijn voor veroordeling of afwijzing. Het betekent vooral dat beide partners weten dat ze op elkaar kunnen rekenen. Dat deze vorm van trouw iets anders is dan exclusiviteit moge duidelijk zijn, al lijken beide termen in de praktijk onterecht met dezelfde betekenis te worden gebruikt.

Ik heb gemerkt dat wanneer ik dit onderwerp met mensen bespreek, ik vaak te horen krijg dat jaloezie naar de partner -wanneer deze een andere relatie aan zou gaan- de persoon ervan weerhoud om dit zelf te doen, bij wijze van een tweezijdige, al dan niet stilzwijgende, afspraak. Het valt me daarbij op dat als reden om niet voor een dergelijke relatievorm te kiezen vaker wordt gegeven dat men jaloers zou zijn op de partner, dan dat men zelf de behoefte niet zou hebben.

Waarom nóg een relatie?
Toch zullen veel mensen de vraag stellen: Waarom zou je een tweede relatie willen aangaan als je al een relatie hebt? Vaak met als toevoeging: Heb je aan je huidige partner dan niet genoeg? Ik heb altijd moeite gehad met die vraag. Weinig mensen zullen een uitleg nodig hebben bij de vraag waarom het fijn is een relatie te hebben. Het aangaan van een nieuw contact met een nieuw persoon, het leren kennen van iemands gedachtes en ideeën, het uiten en ontvangen van genegenheid, de spanning die gepaard gaat met fysiek contact: het zijn allemaal zaken die als positief worden ervaren. Het hebben van een verlangen naar het invullen van deze ervaringen met een ander persoon staat los van de kwaliteit van de bestaande relatie. Het ligt immers ook voor de hand dat de nieuwe relatie weliswaar op veel vlakken overlap vertoont met de huidige relatie, maar dat de andere partner én de manier waarop de relatie wordt ingevuld op evenzoveel punten verschilt. En dus niet afdoet aan de bestaande relatie, maar er iets aan toevoegt.

Er zullen zelfs mensen zijn die dit polyamore principe wegzetten als een exponent van de huidige tijdsgeest, waarin we volgens sommigen steeds meer willen, steeds minder bewust keuzes maken en nooit bevredigd lijken te worden in onze zoektocht naar “meer”. Ik denk dat het verlangen waar we hier over spreken zo ver van de toch voornamelijk materiële verlangens die hierboven bedoeld worden af staat, dat het verband niet of nauwelijks is te leggen. Ik ken geen mensen die zich principieel tegen geestelijke en emotionele ontwikkeling in het algemeen keren. Het aangaan van meerdere relaties is toch vooral een gevolg van de behoefte aan het invullen van geestelijke en emotionele verlangens en niet van het zoeken naar kortstondige bevrediging.

Realistische behoeftes
Ik vind het een onrealistisch idee dat één partner alle behoeftes die binnen een relatie leven zou kunnen vervullen. Veel mensen gaan hiermee om door ofwel te proberen die invulling alsnog af te dwingen, maar nog veel vaker door zich erbij neer te leggen dat bepaalde zaken nu eenmaal niet binnen de relatie zullen worden ingevuld. En net zoals mensen in staat zijn meerdere vriendschappen te onderhouden, die mogelijk allemaal op hun eigen manier, met eigen zwaartepunten en als gevolg van specifieke karaktertrekken worden vormgegeven, zo denk ik dat mensen elkaar ook kunnen aanvullen op relationeel vlak.

Niemand zal een vriend verbieden om andere vriendschappen aan te gaan, omdat we bij vriendschap verwachten dat de invloed van andere mensen niet per se een negatief effect hoeft te hebben op onze eigen vriendschap. We accepteren dat het hebben van contact met meerdere mensen een aantal praktische beperkingen met zich meebrengt, zoals met betrekking tot de verdeling van onze tijd. En we zullen daarbij wellicht ooit aanlopen tegen jaloezie over deze tijdsverdeling. Maar we erkennen de waarde uit de vriendschap die we zelf hebben, en koesteren de dingen die ons binden. Zaken die de basis zijn van de vriendschap.

Hoe anders zou dit moeten zijn bij relaties? Er is niets wat de mens zo vervult van energie en levenslust als het hebben van een intieme band met iemand anders. Om geestelijk en fysiek deelgenoot van elkaar te kunnen zijn. Om onze affectie te kunnen uitspreken, om dat gevoel beantwoord te krijgen. Om zich te herkennen in wat een ander zegt. Om gefascineerd en gebiologeerd te zijn door iemand anders. Om zich geliefd te voelen.

Wederzijdse verrijking
Zoals gezegd denk ik dat dat gevoel niet per se door slechts één persoon hoeft te worden ingevuld. Er zijn zoveel facetten aan een persoon die iemand kunnen fascineren, dat de kans erg groot is dat een intiem contact met iemand anders een enorme verrijking kan zijn. En bovendien vind ik -maar ik realiseer me dat dit een (ook) een vrij particuliere opvatting is- dat het een enorme aanwinst kan zijn voor de bestaande relatie.

Er schuilt een grote aantrekkelijkheid in het kunnen delen van gedachtes en gevoelens met de ene partner, óók wanneer het aankomt op het zich uiten óver de andere partner. Het zich realiseren dat je partner -een persoon waar je veel van houdt en die je in de regel het beste gunt- in staat wordt gesteld om dubbel zoveel geluksgevoelens te incasseren, stemt zeer bevredigend. Omdat het hierdoor makkelijker wordt om je in de behoeftes van je partner te verplaatsen zal het onderling begrip toenemen en dus zal de geestelijke band nog sterker worden.

Daarnaast heeft het simpelweg iets fascinerends om te ervaren dat je partner zich met leuke, spannende en verrijkende zaken inlaat. Tenminste, als je er zelf ook zo over denkt.

De betekenis van sex en vriendschap
Ik kan me voorstellen dat de vraag zich voordoet of ik hier het aangaan van dergelijke contacten niet gewoon verwar met vriendschappen, dan wel met (al dan niet stiekeme) additionele sexuele contacten. Maar dat is niet wat ik hier bedoel. Ik denk juist dat de combinatie van vriendschap en aantrekking, én een omgeving waarbinnen die genegenheid (lichamelijk) kan worden geuit, de ultieme vorm van contact is. De aanwezigheid van de vriendschap maakt dat het een veel grotere diepgang heeft dan een los sexueel avontuur, en de aanwezigheid van lichamelijk contact maakt dat gevoelens kunnen worden bevestigd en dat sexueel verlangen kan worden geuit.

Merk op dat ik in dit verband “sex” ruim definieer: van de eerste gevoelens van fascinatie, de verliefdheid, de aai door het haar, het liefdevol aankijken tot lichamelijke sexualiteit: al deze gevoelens en uitingen vallen binnen deze context onder de noemer “sex”, omdat ze allemaal voortkomen uit dezelfde, voornamelijk lichamelijk en hormonaal gedreven verlangens.

Ook “vriendschap” behoeft in deze context wellicht enige toelichting. Het woord wordt vaak en met verschillende betekenissen gebruikt. Volgens mij komt een vriendschap pas volledig tot zijn recht wanneer twee mensen in staat zijn toe te treden tot elkaars denkwereld. Zonder zich daarbij geremd gevoelen zaken anders of genuanceerder voor te doen dan ze werkelijk zijn. De ultieme vriendschapservaring zit hem wat mij betreft in die specifieke momenten, tijdens een gesprek, waarbij beide partijen ervaren elkaar volledig te begrijpen. Momenten waarop het fascinerende gevoel merkbaar is dat je opgaat in elkaars denken, en elkaar daarbij tot nieuwe hoogtes brengt.

Wat is liefde?
Binnen de meeste bestaande definities spreekt men in het geval waar er sprake is van vriendschap en in de praktijk gebrachte sexuele aantrekking van liefde. Het heeft me aan het denken gezet over wat liefde nu eigenlijk inhoudt. Want waarvan is er in een liefdesrelatie nog meer sprake dan van vriendschap en van de ruim gedefinieerde sexuele aantrekking zoals hierboven beschreven? De meeste gevoelens van verantwoordelijkheid, medeleven en interesse doen zich ook voor bij vriendschappen. Voor veel mensen ligt het onderscheid tussen vriendschap en een liefdesrelatie in de aanwezigheid van sexueel contact. En voor diezelfde mensen is dat ook meteen het gegeven dat de vriendschap afbakent: hier ligt de grens. Vreemd genoeg hebben veel mensen niet al te grote bezwaren tegen het aangaan van intieme geestelijke contacten met meerdere personen. Het uiten van eventuele gevoelens van sexuele aantrekking, mochten die zich voordoen, of het elkaar daarin bevestigen is dan echter weer uitgesloten. Laat staan het lichamelijk consumeren van dat gevoel.

De vraag is volgens mij of er wel zoiets als liefde bestaat, en of dat dus als basis kan dienen voor een relatie met slechts één persoon. We kennen vriendschap en we kennen sexuele aantrekking. Wanneer sprake is van die combinatie en beide partners zijn beschikbaar en bereid een relatie te beginnen, koppelen we beide gegevens aan elkaar en noemen dat liefde. In cultureel opzicht zijn we denk ik gedeeltelijk tot dat beeld geconditioneerd. Omdat een sexueel contact door veel mensen exclusief met één partner op één moment wordt aangegaan, maar vriendschappen zich onbeperkt kunnen blijven aanvullen en verdiepen, denk ik dat er behoefte was aan het definiëren van het contact-met-de-sexuele-betrekkingen, om het te kunnen onderscheiden van de overige vriendschappen.

Herdefiniëren van relaties
Wanneer we zouden aannemen dat liefde dus de benaming is voor de combinatie van vriendschap en sexuele aantrekking, dan wordt het een stuk eenvoudiger om met een frisse blik te kijken naar de definitie van relaties. We accepteren immers dat we vriendschappen kunnen aangaan met meerdere mensen en dat dit de kwaliteit van één van die vriendschappen niet hoeft te beïnvloeden. We blijven elkaar als vriend even dierbaar. Als we deze gedachte nu projecteren op het uiten en bevestigd krijgen van gevoelens van sexuele aantrekking, dan zouden we hiervan makkelijker kunnen accepteren dat ook dat niet beperkt hoeft te blijven tot een oprecht gevoel voor slechts één persoon. We kunnen dus “liefde” voelen voor meerdere mensen. We kunnen van meerdere mensen houden, zonder dat dit iets afdoet aan onze gevoelens en intenties met de eerste partner.

Veel mensen lijken hun relatie te definiëren aan de hand van wat er níet geoorloofd is búiten de relatie. Het is de exclusiviteit die de relatie tot relatie maakt. Dat lijkt me een magere manier om de relatie te definiëren. Daarnaast lijkt het me geen léuke manier om met de relatie om te gaan. Ik wil redenen kunnen aandragen waarom mijn partner zo bijzonder, interessant, inspirerend, spannend en aantrekkelijk is, en waarom mijn andere partner weer om andere redenen door mij bijzonder, interessant, inspirerend, spannend en aantrekkelijk wordt gevonden. Ik zou niet willen dat mijn partner zo speciaal voor mij is door wat er wordt geláten. Ik wil dat mijn partner speciaal voor me is door wat die partner voor míj zo bijzonder maakt.

Jaloezie
Ik kan me voorstellen dat veel mensen die grotendeels in deze lijn van gedachten mee kunnen gaan toch zullen blijven zitten met het gegeven van jaloezie. Jaloezie is iets wat diep in ons zit, en wat rationeel moeilijk te weerleggen is. Toch lijkt het me interessant om ook hier de vraag te stellen: heeft onze jaloezie een biologische oorsprong, en is deze bijvoorbeeld een vast onderdeel van de genetische overlevingsstrategie ten behoeve van het behouden van de andere ouder van onze kinderen? Of is het zo dat we in cultureel opzicht dusdanig gewend zijn geraakt aan de generieke -exclusieve- relatievorm, en dat de mogelijkheden om gevoelens voor anderen te cultiveren zonder dat dit ingrijpende gevolgen heeft voor de relatie binnen dat beeld zo beperkt zijn, dat die angst de partner te verliezen zich daarom uit in jaloezie?

Met andere woorden: Is het slechts een kwestie van het omarmen van een hernieuwde kijk op de betekenis en vorm van relaties om dit gevoel te bestrijden, of spelen er factoren die buiten ons bewustzijn zoveel grip hebben op onze emoties, dat het succesvol aangaan van dergelijke polyamore relaties in veel gevallen nagenoeg onmogelijk is?

Voor iedereen?
Ik neig ernaar om te concluderen dat de voordelen van het hebben van meerdere relaties (het zich door meerdere mensen geliefd en aantrekkelijk gevonden voelen, het zich persoonlijk en emotioneel kunnen ontwikkelen én vooral ook het ervaren dat de eerste partner zich persoonlijk en emotioneel ontwikkelt) opwegen tegen de nadelen.

Ik ben ervan overtuigd dat het aangaan van een dergelijke relatievorm als voorwaarde stelt dat beide oorspronkelijke partners hun relatie definiëren aan de hand van wat ze elkaar te bieden hebben, en daar ook zeer openlijk hun waardering en toewijding over uitspreken. Mensen voor wie het belangrijk is voor het beleven van hun relatie dat alleen zíj bij elkaar zijn, en dat het aangaan van een andere relatie dit gegeven dus zal ondermijnen, kunnen dus beter niet dergelijke betrekkingen met meerdere personen aangaan. Ik denk zeker dat er een grote groep mensen is voor wie het hebben van slechts één partner de meest bevredigende relatievorm blijft.

Persoonlijk lijkt me dat het aangaan van een andere relatie het geluk dat iemand kan ervaren evenredig kan doen toenemen. Het delen van een liefdevolle en intieme band met iemand is te bijzonder om die uit naam van een zekere definitie van liefde te beperken tot één persoon.

Ik vraag me af hoe anderen hier over denken. Waar zitten volgens hen de hiaten in mijn verhaal? En interessanter nog: hoe maken zij de afwegingen om om te gaan met dit soort zaken?